Wapen van Vlokhoven  
 
Empty
Capita Selecta
Empty
Empty
 
Empty

Capita Selecta

Uitleg van overeenkomsten


Voor de oorlog reeds werd er onder meer door Bregstein in zijn pre/advies van de Ned. Jur. Ver. 1935 op gewezen dat de interpretatie-bepalingen van de wet (artikel 1378 BW) dienden te verdwijnen. Duidelijke bewoordingen waarvan artikel 1378 BW repte, bestaan immers niet. Woorden zijn nooit duidelijk, aldus ook Scholten. In het BW van 1992 treffen we ze dan ook niet meer aan.

Dit inzicht is ook van invloed geweest als het gaat om de uitleg van rechtshandelingen. Sprake is ook hier van een lange geschiedenis die begint bij het rederij Koppe/arrest van 1949 (NJ 1950, 72). Aan de orde was de uitleg van een polisvoorwaarde die bepaalde dat als er geen premie was betaald er geen recht op uitkering was. Het Hof besliste in het betreffende geval dat op deze polisvoorwaarde door de verzekeraar geen beroep mocht worden gedaan, nu de premieachterstand door de oorlogsituatie was ontstaan.

" Het Hof oordeelde dat bij een zodanige situatie, indien al een beroep op de betrokken bepaling zou kunnen worden gedaan, de goede trouw in ieder geval meebrengt dit beroep te beperken tot de gevallen waarin het beroep, alle omstandigheden in acht genomen, redelijk is te achten. Het cassatiemiddel betoogde dat het Hof verandering had gebracht in het uitdrukkelijk overeengekomene. De Hoge Raad sanctioneerde de uitspraak, oordelend dat het Hof de overeenkomst niet verandering had gebracht in het uitdrukkelijk overeengekomene, maar dat het Hof de overeenkomst had uitgelegd: "Het hof in dit oordeel immers bedoelde uit te drukken, dat, al staat letterlijk in art. 6 dat de verzekerde 14 dagen na het vervallen van de premie zijn aanspraken op schadeloosstelling verliest een redelijke uitleg van deze en soortgelijke zinswendingen in polissen in dezen tak van verzekering voorkomende meebrengt, dat zij worden verstaan in de betekenis, welke daaraan in voormelde wereld wordt gehecht, te weten dat de verzekeraar bevoegd is na ommekomst van die 14 dagen een aanspraak van den verzekerde af te wijzen, indien zulks, alle omstandigheden in aanmerking genomen, redelijk is te achten."

Sinds 13 maart 1981, de dag waarop de Hoge Raad het zogeheten Haviltex-arrest wees geschiedt contractsuitleg in Nederland aan de hand van de naar deze uitspraak genoemde formule. Indien partijen het oneens zijn over de betekenis van een in een schriftelijke overeenkomst opgenomen beding, zal de rechter bij het vaststellen van de betekenis van dat beding uitgaan van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten toekennen, hebben afgeleid, en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijze van elkaar mochten verlangen. Deze uitspraak is allerminst nieuw, maar enkel een bevestiging van de reeds lang door de Hoge Raad aangehangen normatieve uitlegleer.

De Hoge Raad volgt dus niet de gedachte dat wanneer de letterlijke tekst een zinnige betekenis heeft geen verdere uitleg is toegestaan. De tekst waar het in het Haviltex-arrest om ging was immers toch kraakhelder: "verkopers hebben tot eind 1976 het recht de machine tegen contante betaling van de door kopers betaalde prijs terug te kopen, indien de heer Langewerf niet meer bij Haviltex in dienst is". Waarom dan toch niet de de letterlijke betekenis, de grammaticale uitleg gevolgd? De Hoge Raad legt dat keurig uit. Bepalingen moeten zinvol worden uitgelegd.

Subjectief versus objectief of gewoonweg normatief?

Annotator Houwing kon zich niet in het Haviltex-arrest vinden, maar voor meer moderne denkers als Bregstein en Van Oven was dit vanzelfsprekend. Letterlijke uitleg diende een gepasseerd station te zijn. De aanhangers van de lijn dat woorden in beginsel duidelijk zijn plegen te betogen dat indien de letterlijke tekst een zinnige betekenis heeft, de rechtszekerheid geen verdere uitleg toelaat.

De Haviltex formule werd door deze rechtsgeleerden als een subjectieve uitlegleer gezien. Toen daarop de CAO-arresten volgden en later de meer speciaal op handelscontracten tussen zakenlieden betrekking hebbende arresten, te weten het Meyer Europe/ Pontmeyer-arrest (LJN: AZ3178 , Hoge Raad , C05/266HR,datum uitspraak 19-01-2007) en het Derksen/Homburg-arrest HR 29 juni 2007, NJ 2007, 576 (LJN:BA4909) zagen de aanhangers van de gedachte dat duidelijke bewoordingen niet hoeven te worden uitgelegd hun kans schoon om opnieuw een meer letterlijke tekst te proclameren. Met name Grosheide, Tjittes en Brinkhof zagen de laatstaangehaalde arresten als tekenen van een objectieve uitlegleer. Zij stelden het Haviltex-arrest tegenover deze arresten. Subjectieve uitleg tegengesteld aan objectieve uitleg. Zij zagen in deze arresten de aanwijzing dat het, waar de gebezigde woorden duidelijk zijn, zou gaan om een letterlijke interpretatie. Zo hebben volgens Grosheide de door partijen gekozen bewoordingen de betekenis welke zij in het gewone taalgebruik hebben. En -naar zijn mening- waarom niet? Wordt het achterhalen van de zin en betekenis van opgeschreven termen in Nederland niet onnodig gecompliceerd gemaakt? Het is zijns inziens alleszins redelijk om, daar waar partijen hebben nagelaten aan een term een bijzondere, nauwkeurig omschreven betekenis toe te kennen, uit te gaan van de betekenis zoals die heeft te gelden in het dagelijkse verkeer, omwille van rechtszekerheid.

En in de woorden van Brinkhof: : Partijen hebben het resultaat van hun onderhandelingen in het schriftelijk contract vastgelegd. Hun bedoelingen -voorzover aanvaard door de andere partij- hebben daarin hun neerslag gevonden. Met het schriftelijk contract is een streep gezet onder de voorgeschiedenis. De onderhandelingen zijn daarmee afgesloten. Het contract bepaalt de toekomst. Derden hebben geen kennis van de onderhandelingen en de bedoelingen van partijen.

Hoe zit dat in Engeland?

Genoemde schrijvers beroepen zich in dit verband op het Engelse recht, maar vergeten dat letterlijke uitleg naar Engels recht sinds de zaak Investors Compensation Scheme/West Bromwich Building Society een gepasseerd station is en ook nooit heeft gegolden in het Amerikaanse recht. Lord Hoffmann heeft het House of Lords (tegenwoordig Supreme Court) bij de hand genomen, zo lezen wij in een aantal opinions.

It is of course that the law is not concerned with the speaker 's subjective intentions. But the notion that the law's concern is therefore with the "meaning of words" conceals an important ambiguity. The ambiguity lies in a failure to distinguish between the meanings of words and the question of what would be understood as the meaning of a person who uses the words. The meaning of words, as they would appear in a dictionary, and the effect of syntactical arrangement, as it would appear in a grammar, is part of the material which we use to understand a speaker 's utterance. But it is only a part: another part is our knowledge of the background against which the utterance was made. It is that background which enables us, not only to choose the intended meaning when a word has more than one dictionary meaning, but also (.) to understand a speaker 's meaning, often without ambiguity, when he has used the wrong words. Aldus Lord Hoffmann in Mannai Investment Co Ltd versus Eagle Star LifeAssurance Co Ltd (1997) A.C. 749,775.

Lord Diplock uitte dit punt al krachtiger toen hij in de zaak Antaios Cia Naviera SA versus Salen Rederiena AB, The Antaios zei:

"(...) if detailed semantic and syntactical analysis of words in a commercial contract is going to lead to a conclusion that flouts business common sense, it must be made to yield to business common sense."

Van een interpretatie naar alledaags taalgebruik is ook in Engeland geen sprake. Men doet in het Engels contractentrecht sinds jaar en dag beroep op de figuur van de "reasonable man of business."

Weer terug naar Nederland.

De Hoge Raad heeft in het DSM/Fox-arrest expliciet bepaald dat er tussen de Haviltex-norm en de CAO-norm geen tegenstelling bestaat, maar een vloeiende overgang. Het is niet een kwestie van subjectieve versus objectieve uitleg, maar van normatieve uitleg als maatstaf, steeds in een andere context toegepast.

In het DSM/Fox arrest geeft de Hoge Raad als oordeel dat de rechtspraak als gemeenschappelijke grondslag heeft dat bij de uitleg van een schriftelijk contract telkens van beslissende betekenis zijn alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen. Voorts oordeelde Hoge Raad dat zowel aan de CAO-norm als aan de Haviltexnorm de gedachte ten grondslag ligt dat de uitleg van een schriftelijk contract niet dient plaats te vinden op grond van alleen maar de taalkundige betekenis van de bewoordingen waarin het is gesteld. In praktisch opzicht is de taalkundige betekenis die deze bewoordingen, gelezen in de context van dat geschrift als geheel, in (de desbetreffende kring van) het maatschappelijk verkeer normaal gesproken hebben, bij de uitleg van dat geschrift vaak wel van groot belang. Uit het arrest volgt dat daarbij onder meer acht kan worden geslagen op de elders in de CAO gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden.

Naast het DSM/Fox-arrest vragen nog een aantal andere arresten in dit verband om aandacht. te weten het De Rooy/Van Alphen-arrest, het Vodafone-arrest, het arrest van de Hoge Raad van. 29 juni 2012, en het arrest van de Hoge Raad d.d. 25 febrari 2011.

-In het De Rooy/Van Alphen-arrest worden de eerste twee elementen, te weten context en betekenis in betreffende kring van het maatschappelijk verkeer, letterlijk herhaald.

-In het arrest d.d. 25 febuari 2011 betrof het de uitleg van huwelijkse voorwaarden. Tussen de echtgenoten bestond onder andere met betrekking tot de aandelen in (A) B.V. en het gezamenlijk woonhuis een algehele gemeenschap van goederen. Voor het overige waren zij met uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen gehuwd. De vrouw vorderde bij echtscheiding de helft van de waarde van het woonhuis. De man wilde de op het woonhuis drukkende hypothecaire last op de waarde van het woonhuis in mindering te brengen en enkel de overwaarde bij helfte verdelen. De rechtbank zag de hypothecaire schuld als prive-schuld van de man. Het Hof oordeelde evenwel anders, welk oordeel door de Hoge Raad werd gesanctioneerd met de overweging: " (....) Hierbij heeft het hof tot uitgangspunt genomen dat de aard van de onderhavige gemeenschap, te weten een algehele gemeenschap van goederen ten aanzien van de door partijen bewoonde woning, meebrengt dat deze gemeenschap ook de schulden omvat aangegaan ter financiering (en tot onderhoud) van de woning. Dit oordeel van het hof geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, is niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd."

-In het arrest van 29 juni 2012 sanctioneert de Hoge Raad de uitleg van het Hof dat beslissend gewicht had gehecht aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis , mede gelet op aard, strekking en context.

-In het Vodafone arrest tenslotte heeft de Hoge Raad de redenering van het Hof -vrijvertaald- "dat wat niet is afgesproken, is toegestaan"verworpen met de overweging: "Het hof had dus niet mogen volstaan met zijn vaststelling dat het oneigenlijk gebruik als hiervoor in 3.3 vermeld, dat niet was gericht op communicatie met andere telefoonabonnees maar kennelijk uitsluitend op het behalen van financieel gewin ten koste van Vodafone, niet door de tekst van de overeenkomst werd verboden, maar had ook moeten onderzoeken of ETC, mede in verband met de aard en strekking van de overeenkomst, ook zonder dat dit gebruik uitdrukkelijk verboden werd, had behoren te begrijpen dat zij zich daarvan diende te onthouden".

Engeland en Nederland, bondgenoten in deze rechtsstrijd?

- Naar het oordeel van schrijver dezes volgt uit deze arresten dat de ontwikkelingen op het gebied van uitleg van overeenkomsten in Nederland en in Engeland vrijwel gelijk lopen en dat zowel in Nederland als in Engeland de normatieve uitleg bon ton is. Waar Lord Hoffmann spreekt van "the meaning of the document is what parties using those words against the relevant background would reasonably have understood to mean" spreekt ook de Hoge Raad niet van de betekenis van woorden in de zin van het woordenboek en de manier waarop zij syntactisch zijn geschikt, maar van de taalkundige betekenis die de bewoordingen waarin de bepalingen zijn gesteld, gelezen in de context van het geschrift als geheel , normaal gesproken hebben in (de desbetreffende kring van) het maatschappelijk verkeer, rekening houdend met de aard en de strekking van het beding.

- En waar de Engelse rechters aansluiting moeten zoeken "to the common sense principles by which any serious utterance would be interpreted in ordinary life" spreekt de Hoge Raad in het DSM/Fox-arrest van "een uitleg naar objectieve maatstaven, waarbij onder meer acht kan worden geslagen op de elders in de CAO gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden." en corrigeert de Hoge Raad in het Vodafone-arrest een al te letterlijke uitleg die geen "common sense" reflecteerde, met de overweging dat het Hof (...) had ook moeten onderzoeken of ETC, mede in verband met de aard en strekking van de overeenkomst, ook zonder dat dit gebruik uitdrukkelijk verboden werd, had behoren te begrijpen dat zij zich daarvan diende te onthouden

Wat is nu de lijn in de rechtspraak van de Hoge Raad?

De Hoge Raad doet keer op keer verwoede pogingen om duidelijk te maken dat een rechter die als Neerlandicus opereert tot de meest onzinnige uitspraken kan komen. Zoals Scholten reeds zei: "Woorden maken dood, de geest maakt levend". Of met de woorden van Hoffmann: "The ambiguity lies in a failure to distinguish between the meanings of words and the question of what would be understood as the meaning of a person who uses the words." Het gaat niet om de betekenis van woorden naar algemeen taalgebruik, maar om de betekenis die aan het gebruik daarvan door de concrete partijen moet worden toegekend. Een neerlandicus doet recht aan de gekozen woorden en de syntaxis waarin zij zijn geschikt. Een jurist doet recht aan de verhouding tussen partijen. Wat tussen partijen vanzelfsprekend is, wordt niet meer opgeschreven.

De Hoge Raad onderkent dan ook dat het aan zuiver grammaticale interpretatie verbonden risico verbluffend goed wordt ingeperkt als je de gehanteerde tekst in breder verband beoordeelt en de context, de aard van het beding en de aannemelijkheid van de uitkomst erin betrekt.

Of om het met de reeds aangehaalde woorden van Hoffmann te zeggen:

"another part is our knowledge of the background against which the utterance was made. It is that background which enables us, not only to choose the intended meaning when a word has more than one dictionary meaning, but also (.) to understand a speaker 's meaning, often without ambiguity, when he has used the wrong words."

Het is als Neerlandicus gemakkelijk om de betekenis van woorden, gegeven de syntaxis, te duiden. Voor een jurist is dat allerminst het geval, het is onmogelijk. De Hoge Raad beseft dat als geen ander. De Hoge Raad vraagt van de rechter immers kennis van de context, de aard van het beding en kennis van de betekenis die in de betreffende kring van het maatschappelijke verkeer aan de gekozen bewoordingen wordt toegekend. Zij vraagt bij zakelijke transacties dus om kennis van wat de gangbare praktijk is in de zakenwereld. Als je geen enkele referentie daaraan hebt, kun je geen oordeel vellen zonder het risico de plank volledig mis te slaan. De Hoge Raad beslist keer op keer dat het criterium voor een duidelijke overeenkomst niet uitsluitend gelegen is in de taalkundige betekenis der woorden, maar dat overeenkomsten alleen duidelijk zijn voor wie rekening houdt met de bedoeling der partijen, met de aard van het beding, met de context, met tijd en plaats en gebruiken en -last but not least- met het gezonde verstand ofwel met common sense. Een grote verscheidenheid aan omstandigheden zijn dus van invloed op wat rechtens tussen partijen heeft te gelden, terwijl deze omstandigheden niet van invloed zijn op de taalkundige betekenis der woorden. In lijn hiermee schrijft Hartkamp: "De woorden "in beginsel" laten toe ook op andere gegevens te letten: zo kan aan de bedoeling van de partijen bij de CAO betekenis worden toegekend, indien deze naar objectieve maatstaven volgt uit de CAO-bepalingen en de eventueel daarbij behorende schriftelijke toelichting (HR 28 juni 2002, NJ 2003,111). Hetzelfde zal voor andere objectief kenbaar gegevens gelden, zoals de aard van de overeenkomst en de kennelijke strekking van de bepaling".

Het normatief karakter van de door de Hoge Raad gesanctioneerde uitleg zit -in het geval de tekst bij de uitleg prevaleert- in een viertal elementen, te weten:

1) De rechter moet de gekozen bewoordingen bezien in de context van dat geschrift als geheel;
2) De rechter beziet de aard en strekking van de litigieuse bepaling;
3) De rechter moet bezien welke betekenis de gekozen bewoordingen in (de desbetreffende kring van) het maatschappelijk verkeer normaal gesproken hebben
4) Het sluitstuk, te weten dat de rechter acht dient te slaan op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden.