Wapen van Vlokhoven  
 
Empty
Capita Selecta
Empty
Empty
 
Empty

Capita Selecta

Non-concurrentiebepalingen


In overnamecontracten worden nogal eens ruim geformuleerde non-concurrentiebepalingen opgenomen. Zowel qua duur als qua geografische reikwijdte. Artikel 6 Mededingingswet verbiedt mededingingsbeperkende afspraken tussen ondernemingen. De sanctie is nietigheid van een dergelijke afspraak. Er vindt dus geen conversie plaats naar een wel geldig beding. Van strijd met artikel 6 van de Mededingingswet is overigens alleen sprake als sprake is van een 'merkbare' beperking van de mededinging. Wanneer ben je zeker van de geldigheid van een concurrentiebeding? Dan zul je je qua tijdsduur en qua geografische reikwijdte moeten beperken. Als er sprake is van alleen goodwill en niet van know how geldt een maximum van twee jaar. Als er sprake is van overdracht van goodwill en know how geldt een maximum van drie jaar. Wat betreft de geografische reikwijdte dient het beding beperkt te blijven tot het gebied waar de onderneming actief is of voornemens was actief te zijn. Deze criteria zijn ontleend aan de richtlijnen die de Europese Commissie te dezer zake heeft opgesteld (Bekendmaking 4 juli 2001)

Met betrekking tot concurrentiebedingen bij bedrijfsoverdracht geldt echter geen beperking, als de bagatelbepaling van artikel 7 van de mededingingswet van toe passing is en dat is het geval als er minder dan 8 ondernemingen bij de afspraak betrokken zijn Ún de gezamenlijke omzet in goederen niet meer dan 5.5 miljoen Euro bedraagt en in andere gevallen (bij levering van diensten) niet meer dan ? 1.1 miljoen Euro, ofwel -bij horizontale afspraken- het marktaandeel van de betrokken partijen niet meer dan 10% van de relevante markt bedraagt. Er mag overigens sowieso geen sprake zijn van interstatelijke beinvloeding.

In dit kader verwijs ik nog naar de uitspraak van de Hoge Raad d.d. 18 december 2009 BJ9439.

De Hoge Raad oordeelt in dit arrest met betrekking tot het merkbaarheidsvereiste als volgt:

"3.4.6 Onderdeel A II 1, dat tot uitgangspunt neemt dat - zoals het hof in rov. 11 heeft geoordeeld, maar in onderdeel B wordt bestreden - het Optierecht de strekking heeft de concurrentie op de markt voor de verkoop van franchisediensten aan zelfstandige supermarktondernemers te beperken, klaagt dat het hof is voorbijgegaan aan de stellingen van Prisma c.s. die erop neerkomen dat het Optierecht niet door het verbod van art. 6 Mw wordt getroffen omdat dit recht vanwege de zwakke positie van de betrokkenen op de desbetreffende markt de concurrentie niet in mededingingsrechtelijk relevante mate beperkt, zodat het bestreden oordeel hetzij blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, hetzij onvoldoende gemotiveerd is.

3.4.7 Ook dit onderdeel kan als berustende op een verkeerde lezing van het bestreden arrest niet tot cassatie leiden: zoals nader uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.8 ligt in de vaststelling in rov. 23 (waarin het hof tot het oordeel komt dat niet kan worden staande gehouden dat de "aanbiedingsplicht c.a." geen merkbaar effect heeft op de markt voor aanbieders van franchiseformules voor supermarkten), dat het aantal supermarkten in de regio [plaats] beperkt is, besloten dat naar het oordeel van het hof van een zwakke positie van betrokkenen op de door het hof in aanmerking genomen markt geen sprake is."

Met betrekking tot het bepalen van de relevante geografische markt oordeelde de Hoge Raad in deze zaak als volgt:

"3.4.2 Het hof heeft, in cassatie onbestreden, als de in dit geval relevante productmarkt aangemerkt de markt voor de verkoop van franchisediensten aan zelfstandige supermarktondernemers (rov. 11, 13, 14 en 23). Het heeft voorts geoordeeld dat de relevante geografische markt voor de verkoop van die diensten hier samenvalt met de geografische markt voor de verkoop van dagelijkse consumptiegoederen via supermarkten, een markt waarvoor volgens de NMa in een geval als dat van [plaats] (kern van minder dan 50.000 inwoners) geldt dat de consument een "reisbereidheid" voor een bezoek aan een supermarkt heeft van ongeveer 15 minuten, hetgeen per personenauto neerkomt op ongeveer 10 kilometer (rov. 14 en 23 in samenhang met rov. 9). Dat de relevante geografische markt voor de verkoop van franchisediensten aan supermarkten hier samenvalt met de relevante geografische markt voor de verkoop van dagelijkse consumptiegoederen via supermarkten - en dus niet een nationale markt is, zoals Prisma c.s. hadden betoogd onder verwijzing naar onder meer de besluiten van de NMa inzake Laurus/Groenwoudt (nr. 1628) en Sligro/Prisma (nr. 2181) - heeft het hof daarop gebaseerd dat het in dit geval, anders dan in de besluiten van de NMa waarop Prisma c.s. zich beriepen, niet gaat om concentratietoezicht maar om enerzijds de mogelijkheid voor een supermarktketen om een vestiging te openen in het verzorgingsgebied [plaats] en anderzijds de mogelijkheid voor [verweerder] c.s. als supermarkteigenaar om van formule te kunnen veranderen.

3.4.3 De onderdelen A II 2-12 bestrijden dit oordeel inzake de relevante geografische markt vanuit verschillende invalshoeken met een reeks, deels uit herhalingen in enigszins andere bewoordingen bestaande rechts- en motiveringsklachten. Deze klachten, die gezamenlijk kunnen worden behandeld, treffen naar de kern genomen in die zin doel dat

a. het oordeel van het hof, dat het feit dat het hier niet gaat om concentratietoezicht meebrengt dat de relevante geografische markt anders dient te worden afgebakend dan in geval van een mogelijke overtreding van art. 6 Mw, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en
b. anders dan het hof heeft geoordeeld, noch de mogelijkheid van een supermarktketen om een vestiging te openen in het verzorgingsgebied [plaats] noch de mogelijkheid voor [verweerder] c.s. als supermarkteigenaar om van formule te veranderen bij die afbakening terzake doet, nu immers onder de relevante geografische markt te verstaan is het gebied waarbinnen de betrokken ondernemingen een rol spelen in de vraag naar en het aanbod van goederen en diensten, waarbinnen de concurrentievoorwaarden voldoende homogeen zijn en dat van aangrenzende gebieden kan worden onderscheiden doordat daar duidelijk andere concurrentievoorwaarden heersen."